VLEES

Met veel humor, heel veel mimiek en heel, heel veel vaart brengt Robert Brouwer een verhaal over stoer doen, concurrentie en opscheppen. Een voorstelling vol (verbasterde) spreekwoorden en gezegden.

Ergens in de binnenlanden van Nederland ligt Rochelbonkje, een klein dorpje met een groot plein, woonplaats van Spreuken Willem, de dorpsgek. Elke dag veegt hij het plein en maakt met iedereen een praatje. Zijn spreuken als 'Zwijgen is zilver, roddelen is goud' of 'Wie het laatst slacht, slacht het best' zijn beroemd.

Robert Brouwer: Vlees Er zitten twee slagers aan het plein en ook al willen hun vrouwen nog wel eens jaloers op elkaar zijn, de slagers zijn maatjes, echte gabbers die de hele dag staan te hakken. Het dorpsleven kabbelt rustig voort, totdat beide slagersvrouwen zwanger raken. De ene slagersvrouw bevalt van een drieling, de andere bevalt heel wat minder, zij krijgt er maar één: Joost. Joost z'n moeder schaamt zich voor deze ene zoon. Joost, zegt ze altijd, als ooit een vreemde man je een snoepje aanbiedt, dan ga je direct in z'n auto zitten. Ze probeert Joost, net als haar bonsaiboompjes, zo klein mogelijk te houden, stopt hem met de bonte was mee in de wasmachine en als ze op vakantie gaan, krijgt Joost op de heenweg rode snoepjes waar hij zo slaperig van wordt, dat hij pas wakker wordt als ze weer bijna thuis zijn.
Op school moet Joost het opnemen tegen de drieling van de andere slager. Ze zetten zijn beugel onder stroom en doen net als alle andere jongens niks anders dan opscheppen, vooral als Migraine in de buurt is. Ook Joost is verliefd op haar, maar hij is niet zo stoer. Geduld, zegt Spreuken Willem tegen hem, geduld is beter dan een lege dop.
Joost z'n vader begint, opgejut door zijn moeder, te concurreren met de overkant: koop nu een biefstuk, betaal over een jaar. Steeds grimmiger hakken de slagers op Robert Brouwer: Vlees elkaar in, hondjes raken vermist, zwervers verdwijnen, maar elke dag een nieuwe aanbieding in de etalage. Moordende concurrentie. En alles spitst zich toe op die ene dag, de dag van de Rochelbonkse Rodeo. Joost doet mee voor zijn vader, tegen de drieling van de overkant, de inzet is een kus van de schoonheidskoningin: Migraine...

"Soms gebeurt het gewoon. Je bezoekt een voorstelling van een kleinkunstenaar. Je kijkt, je luistert, en je weet dat je getuige bent van de geboorte van een theaterpersoonlijkheid. Robert Brouwer is voor alles Robert Brouwer en, afgaande op de voorstelling en het applaus in Schoonhoven, zal die naam in de toekomst voor zichzelf spreken." (Goudse Courant)

"Robert Brouwer komt de eer toe als enige met zijn programma een afgerond verhaal te presenteren: geen geringe opgave. Hij bleek zonder meer genoeg uitstraling en techniek in huis te hebben om een zaal met de omvang van de Leidse schouwburg aan te kunnen." (Trouw)

"Voortdurend zet Brouwer de toeschouwer op het verkeerde been. Lugubere voorvallen maakt hij door het gebruik van gemeenplaatsen vertrouwd en verteerbaar. Met zijn mimisch talent en lenige expressieve lichaamstaal maakt hij van spits woordgebruik en verrassende toneelbeelden een geheel van absurde harmonie." (Twentsche Courant)

« terug naar "informatie"